ADA : Vrouwen en nieuwe technologieën - Vrouwen en IT - Vrouwen en ICT
:: home :: web site plan ::
en français ::
 
   
U bent hier: Home De genderkloof De aanpak op school Zelfscholingsnorm bij IT is obstakel voor vrouw

Zelfscholingsnorm bij IT is obstakel voor vrouw

"Informatica kan je niet leren", of "ik heb alles op mezelf geleerd!" Het zijn opmerkingen die je vaak hoort in het IT-milieu. Autodidactisch leren of leren zonder begeleiding staat inderdaad bekend als een goede methode om met de computer te leren omgaan, en bovenal als een methode die voor de bedrijfswereld kostenbesparend is. Maar niet iedereen leert even graag op een autodidactische manier. Niet iedereen haalt er namelijk hetzelfde voordeel uit, en voor vrouwen kan het verplichte gebruik van deze methode een waar obstakel zijn.

Een typerend voorbeeld van de manier waarop de computer in het bedrijfsleven is geïntroduceerd, is de reclame van IBM begin jaren negentig voor de PS/2: "Vijf minuten en u bent er mee weg!" Deze slogan illustreert dat IBM graag deed alsof dit instrument, dat een belangrijke breuk markeerde in de werkgewoonten, en dat geheel nieuwe en specifieke kennis vereiste, geen enkele behoefte aan vorming met zich meebracht voor de toekomstige gebruik(st)ers.

Het belang van dit publicitaire argument ligt voor de hand: vorming is duur voor het bedrijf. Ten eerste vanwege de kosten die eraan verbonden zijn, maar ook omdat de werknemer niet aan het werk is tijdens de opleiding. Vaak duurt het ook even voor de opgeleide persoon werkelijk zijn of haar kennis kan toepassen. Het doelpubliek van deze campagnes bestond enerzijds uit bepaalde gezinnen (voor wie een vorming sowieso uitgesloten is) en anderzijds uit administratief personeel, medewerkers die niet tot het kader behoren en dus niet over hun eigen vorming beslissen.

Kostenbesparende opvatting

De computer werd geïntroduceerd in het bedrijf en de administratief medewerk(st)ers hadden "5 minuten om er mee weg te zijn". Als ze hier niet in slaagden (wat dan aan een gebrek aan intelligentie toegeschreven werd), dan moesten ze hun toevlucht maar nemen tot de stroom aan documentatie die met het toestel meegeleverd werd. Na verloop van tijd heeft men erkend dat opleiding nodig is, al was het maar om het gebruik van het toestel te ‘desacraliseren’: de onkunde om met de computer om te gaan werd toegeschreven aan een aangeboren schrik voor dat toestel. Het heeft geduurd tot het moment dat leidinggevenden zelf de computer gingen gebruiken, dat de administratief medewerkers hun kennis van kantoorinformatica erkend zagen (maar nog steeds ondergewaardeerd).

De oorzaken voor de zogenaamd kostenbesparende opvatting dat zelfstudie de beste manier is om de computer de baas te worden, zijn tweeërlei. Ten eerste zagen en zien de gebruikers de computer als een gedeeltelijk intelligente partner. De tweede oorzaak schuilt in de redeneringen van de eerste gebruikers van de ‘personal computer’. Jonge hackers of gepassioneerde gebruikers zeggen: “Ik heb het in mijn eentje geleerd. Er is geen andere manier om het te leren dan door het te doen.” Het is een enorme fout om deze methode te veralgemenen voor alle toekomstige gebruikers en gebruiksters. Liefhebbers slagen door hun engagement en hun motivatie, en niet door hun leermethode. Maar een vergelijkbare inzet kan men niet van gelijk welke gebruiker verwachten, en zeker niet als die gebruikers een gereserveerde houding hebben.

‘Hackers’ zijn autodidacten omdat ze op zichzelf leren, door in boeken te lezen en dingen uit te proberen op de computer. Vervolgens volgen ze informaticacursussen, met de bedoeling een diploma te behalen dat hun kennis valideert. Ze neigen ertoe de inbreng van die academische vorming te ontkennen: “Ik heb alles helemaal in mijn eentje geleerd”. Ze kunnen vertellen over hun universitaire opleiding op een manier alsof ze er niets leerden. Of ze minimaliseren het belang van hun studies door het te herleiden tot een of twee cursussen.

Schoolprestaties geminimaliseerd

De waardering van autodidactiek betekent ook een daling in de waardering van de prestatie van de meisjes die slagen op school: dat zij zo slagen wordt gezien als een bewijs van hun onderwerping aan het schoolse systeem, terwijl het falen van die jongens gezien wordt als een teken van een intelligente geest die van de platgetreden paden durft af te wijken om persoonlijke leermethodes te ontwikkelen, methodes die te elitair en te veeleisend zijn om geschikt te zijn voor het grote publiek.

In een enquête uit Quebec, uitgevoerd bij studenten natuurkunde en wetenschappen zegt 59% van de jongens alleen te studeren tegenover 35% van de meisjes. Een kwart van de meisjes zegt geleerd te hebben van de professoren, terwijl slechts 4% van de jongens er zo over denkt. De genderstereotypen wegen op de leerlingen, ongeacht de discipline: de jongens zijn briljante adjunct-uitvoerders, behebt met een vrije geest, de meisjes zijn meegaand en doen wat ze kunnen (Mosconi 1989; Duru-Bellat 1990).

In bedrijven vindt men diezelfde cultuur van autodidacten terug. Sommige mannen zoeken het graag alleen uit, al betekent dit dat ze uren verder moeten zoeken na hun werkuren en zelfs als ze heel goed weten dat een eenvoudig telefoontje aan een persoon met kennis van zaken de volgende ochtend in enkele minuten een oplossing zou bieden. In dat geval is autodidactisch leren een luxe die voorbehouden is aan hen die laat naar huis kunnen.

Het vertoog dat informatica enkel autodidactisch geleerd kan worden, dient (op korte termijn) het belang van het bedrijf. Autodidactisch te werk gaan, kost niets, gebeurt buiten de uren of wanneer er een gaatje is. Het is niet onderhevig aan enige formele validatie die een vooruitgang in loon of positie met zich mee zou brengen. Aan de andere kant wordt ‘bijblijven’ als een evidentie gezien en is ze dus onontbeerlijk om niveau te behouden.

Kwestie van vrije tijd

Autodidacten werken op twee manieren, hetzij met een mentor (of ten minste met een collega), hetzij aan de hand van literatuur. Deze twee methoden vormen echter een obstakel voor vrouwen:

  • Vrouwen hebben buiten hun werkuren niet steeds de vrije tijd om in hun eentje nog wat bij te studeren. Bovendien zeggen vrouwen vaak de voorkeur te geven aan het leren met iemand die hen de kennis doorgeeft (wat niet betekent dat ze het niet alleen zouden kunnen).
  • Aangezien er vaak verondersteld wordt dat vrouwen niet vaardig zijn op technisch gebied, vermijden ze hulp te vragen aan hun collega’s, uit bezorgdheid dat ze een ‘onkundige’ indruk maken of weer allerlei paternalistische opmerkingen zullen moeten slikken. Ze worstelen met een tegenstelling: als ze informatie vragen bij hun collega’s, “geven ze hun onwetendheid toe”, en indien ze dat niet doen, kunnen ze hun kennisniveau niet handhaven en “worden ze onwetend”.
  • Tot slot geldt dat vrouwen het moeilijker hebben dan mannen om aanspraak te maken op capaciteiten die niet gehonoreerd zijn met een diploma of een attest. Autodidactisch leren is per definitie informeel, de erkenning hiervan hangt dus enkel en alleen af van de manier waarop de persoon er staat op maakt. Vrouwen hebben meer scrupules dan mannen om kennis naar voor te schuiven die niet officieel is.

Het probleem is niet de vraag of mannelijke informatici beter leren aan de hand van boeken en vrouwelijke tijdens het volgen van een cursus. Het gaat hier niet om de realiteit van de informaticawereld, maar om het beeld dat er wordt opgehangen. Een minderheid van jonge, gepassioneerde, mannelijke informatici staat voor kwaliteit en voortreffelijkheid in het vak; en omdat zij helemaal weg zijn van autodidactisch leren én omdat deze vormingstechniek kostenbesparend is voor het bedrijf, is deze manier van bijleren de norm geworden. Helaas wordt dit idee zelden op losse schroeven gezet door zij die hier niet hun gading in vinden.

Isabelle Collet
november 2005

Noten en links
(1) Duru-Bellat, M. (1990). L’école des filles: quelle formation pour quels rôles sociaux? Paris, L’Harmattan
(2) Lafortune, L. and Solar, C. (2003). Femmes et maths, sciences et technos. Ste Foy, Presses de l’Université du Québec
(3) Mosconi, N. (1989). La mixité dans l’enseignement scolaire: un faux semblant? Paris, Paris

 
Attribution-NonCommercial 2.0 Belgium