ADA : Vrouwen en nieuwe technologieën - Vrouwen en IT - Vrouwen en ICT
:: home :: web site plan ::
en français ::
 
   
U bent hier: Home Archief

Enquête "Informaticagebruik en opleidingsbehoeften van vrouwen"

Met het oog op sensibilisering en informatiegaring bevraagde het informatica-opleidingscentrum ATEL (1) uit Antwerpen 1.864 vrouwen over hun informaticagebruik. Hiervoor werd in 2003 halt gemaakt op een aantal markten, waaronder Antwerpen, Brussel en Leuven.

Representatief voor de gehele vrouwelijke bevolking is de enquête niet. De plaats van de enquête (markten) doet immers vermoeden dat de vrouwen in de steekproef een lagere activiteitsgraad hebben dan de gemiddelde vrouw. Maar de enquête laat wel toe zich een idee te vormen over hoe vrouwen informatica ervaren en wat hun wensen zijn op het vlak van opleiding.

Informatica-uitrusting

Het gebruik van informatica is bijzonder hoog in de bevraagde groep: 70% van de vrouwen heeft een computer, thuis of op het werk. De leeftijd vormt een uiterst belangrijke verklarende factor.

Terwijl 93% van de vrouwen jonger dan 20 jaar toegang heeft tot een computer, zakt dit percentage in de leeftijdscategorie 20 tot 30 jaar tot 81%, om voor de leeftijdscategorie ouder dan 50 jaar nog slechts 40% te bedragen. Bovendien zijn vrouwen die op het werk over een computer beschikken, thuis ook beter uitgerust. 75% onder hen heeft thuis een computer, tegen 62% van de vrouwen die geen computer op het werk hebben.

Opleidingen: welke zijn de belemmeringen?

Op de vraag: heeft u een informatica-opleiding gevolgd, en zoniet, waarom? was het gebrek aan belangstelling de meest aangehaalde reden. Vooral vrouwen die geen computer hebben (34%) tonen weinig interesse. Op het totaal van de bevraagde vrouwen vertegenwoordigt dit 19% van de vrouwen.

Een andere belangrijke belemmering is tijdsgebrek (15% van de vrouwen). Maar ook andere redenen worden aangehaald: ze volgen nog een opleiding, hebben kinderen (wat ongetwijfeld samengaat met het gebrek aan tijd), het feit dat de opleiding meestal ’in zelfstudie’ plaatsvindt, en de leeftijd ("daar ben ik te oud voor"). Redenen als "informatica is niks voor vrouwen" (9 vrouwen) of "drempelvrees" (28 vrouwen) of "te duur" (16 vrouwen) worden slechts heel zelden aangehaald.

Op het geheel van de bevraagde groep ziet 50% van de vrouwen één of meerdere belemmeringen om een informatica-opleiding te volgen.

Heeft u een opleiding gevolgd? Het verband opleiding/werk.

Zeventig procent van de bevraagde vrouwen heeft nooit een informatica-opleiding gevolgd. Het volgen van een opleiding hangt samen met het gebruik van de computer, en vooral met het gebruik van een computer op het werk.

Van de vrouwen die op het werk een computer gebruiken, heeft 55% een opleiding gevolgd, tegen 34% van de vrouwen die enkel thuis een computer hebben. Van diegenen die helemaal geen computer hebben, volgde slechts 9% een opleiding.

Gebruik van softwareprogramma’s en leeftijd

Het gebruik van software ligt ongeveer in de lijn van de verwachtingen. Word, Internet, e-mail, worden door 80% van de gebruikers aangehaald, op de voet gevolgd door bureautica-software zoals Excel (51%), Access en PowerPoint (26%).

Net als bij de informatica-uitrusting valt op dat de verdeling sterk verschilt per leeftijdscategorie. Internet is heel populair bij vrouwen jonger dan 30 jaar (87% vrouwelijke gebruikers die toegang hebben tot een computer), tegenover slechts 62% bij de vrouwen ouder dan 50.

Tevens valt op dat hoe jonger de vrouwen zijn, hoe meer verschillende programma’s gebruikt worden. Terwijl vrouwen onder de dertig jaar makkelijk vijf verschillende programma’s gebruiken, doen vrouwen boven de vijftig het gemiddeld met slechts 3,5 programma’s.

Gevolgde opleidingen

Geen grote verrassingen: de meest gevolgde opleidingen zijn Word (27% van de bevraagde vrouwen), Excel (21%), en Internet (14%).

Net als bij andere thema’s stellen we vast dat leeftijd een belangrijke rol speelt: vrouwen jonger dan dertig hebben vaak meer opleiding genoten dan oudere vrouwen. (gemiddeld 1,75 softwareprogramma’s per persoon voor vrouwen jonger dan 30, tegenover gemiddeld 0,6 voor vrouwen ouder dan 30).

(1) ATEL, www.atel.be

 
Attribution-NonCommercial 2.0 Belgium