ADA : Vrouwen en nieuwe technologieën - Vrouwen en IT - Vrouwen en ICT
:: home :: web site plan ::
en français ::
 
   
U bent hier: Home Acties & instrumenten Andere acties Ada over de informatiemaatschappij Privé computergebruik

’Internetpraat’ is als telefoneren voor leerlingen

To chat or not to chat

Chatten, zeg maar de koffieklets van het Internet, steekt de laatste jaren hoe langer hoe meer de kop op. Maar is het fenomeen nu echt zo populair of wordt het, zoals met andere e-toepassingen, erg opgeblazen? Wij, twee leerlingen van het OLV-College te Vilvoorde, namen de proef op de som en hielden een steekproef in alle jaren. Verdwaald tussen emoticons, chatrooms en ander internetjargon, blijkt chatten even vanzelfsprekend als telefoneren.

Wat is chatten? Voor de leken onder ons wat meer uitleg. Chatten gebeurt via het internet. Door simpelweg een bericht in te tikken, kan de ander lezen wat jij net geschreven hebt. Zelfs aan de andere kant van de wereld. Er zijn twee vormen van chatten. Enerzijds heb je de chatrooms. Die bereik je via een website waar je allerlei kamers hebt die je kan betreden. Je praat er meestal met wildvreemde mensen die zich een alias of nickname hebben aangemeten. Je kan zowel met verschillende mensen als privé praten. Anderzijds zijn er de persoonlijke forums zoals MSN of Messenger die in de regel op jouw adressenlijst gebaseerd zijn. Hier weet je dus met wie je praat.

Jongens vaker, meisjes langer

Uit onze enquête blijkt dat vrijwel alle 85 ondervraagde leerlingen vertrouwd zijn met de moderne technologie en chatten vormt hier geen uitzondering op. Maar liefst 95% geeft chatten een plaats in zijn of haar leven. Een verschil tussen meisjes en jongens is er nauwelijks. Wel duidelijk is het feit dat 94% chat via MSN en een kleine minderheid via chatrooms.

Frappant is de frequentie en de duur van het chatten: de helft van de leerlingen zegt dagelijks te chatten! En hierin zijn jongens enthousiaster dan meisjes. Maar meisjes praten wel langer dan jongens. Vijf procent geeft toe meer dan vier uur voor het scherm te zitten. Vooral in het vierde jaar zien we dat chatten een populaire communicatievorm is. Tachtig procent van de veelchatters zit in dit jaar, hoewel dit in absolute cijfers een minderheid blijft. Ongeveer een kwart van alle ondervraagden chat vier tot vijf keer per week en meer dan twee uur per chatbeurt. Het gemiddelde ligt op twee à drie keer per week en ongeveer één uur chat.

De piek in het vierde jaar is overduidelijk. In dit jaar is dagelijks en lang chatten geen uitzondering. Vooral de meisjes zijn koplopers. Vier uur per dag chatten kan voor enkelen best. In het vijfde en het zesde verdwijnt deze tendens als bij toverslag.

Huiswerk?

De vragen zijn legio. Wat met het sociaal leven van deze mensen? Hebben zij dan geen hobby’s of andere ontspanningsactiviteiten? En interessant voor de leerkrachten: wanneer doen zij hun huiswerk? Misschien moeten we de oorzaak in de leeftijd zoeken. Net te oud om met hun broertje verstoppertje te spelen en net dat beetje te jong om elke dag bij vrienden rond te hangen, vormt het internet een afleiding voor onze vierdejaars. Deze verklaring lijkt des te meer plausibel, aangezien de piek niet te zien is bij derde- of zesdejaars.

De redenen voor het veelvuldig chatten zijn over het algemeen voor alle jaren dezelfde. Contact met vrienden komt voor zowel meisjes als jongens op de eerste plaats. Niets is zo leuk als in het geniep over iemand te roddelen of over die match van vorige zaterdag te discussiëren. Voor iets minder dan de helft is chatten ook entertainment. Opmerkelijk is dat een kleine minderheid chat om verveling tegen te gaan.

Een ander voordeel aan het chatten is dat je kan praten met mensen van overal in de wereld. Mensen die je leerde kennen op vakantie, familieleden die in het buitenland wonen, een lief aan de andere kant van België, je kan het zo gek niet bedenken of je kan een babbeltje met ze slaan.

Sociaal contact?

Lijdt het sociaal contact van al die ’verloren’ zielen niet erg onder het chatfenomeen? Je kan dan wel babbelen met je vrienden, maar doen de mensen nog de moeite om elkaar te zien? Het gaat zoveel makkelijker via MSN. Gaan chat en sms op lange termijn ook echte gesprekken vervangen?

Tot grote spijt van de leerkrachten Nederlands, doet chatten de taalontwikkeling geen goed en dat is te merken in schrijfopdrachten. Tijdens het chatten wordt vaak jongerentaal en afkortingen gebruikt die dan nog eens uit het Engels overgenomen zijn. Emoties worden dan weer door symboolclusters of figuurtjes (emoticons) weergegeven. Niet dat de jeugd vergeet hoe te schrijven, maar chattaal wrikt zich los van het scherm en duikt onverhoeds in taken en toetsen op.

Zelfs met een kleine enquête als deze, kan je makkelijk vaststellen dat chatten dé communicatievorm is van de toekomst. Hoewel het niet moeilijker is dan telefoneren, schrikt chatten nog veel mensen af. Daarom is het niet vreemd dat de jeugd er als eerste snel mee weg is. Vergelijk het met de opkomst van de computer, of zelfs de televisie. Nu is bijna iedereen ermee vertrouwd en het ziet er voorlopig niet naar uit dat de populariteit zal verminderen. Ieder heeft zo zijn eigen mening over de veiligheid van het chatgebeuren en leeftijd speelt natuurlijk een grote rol. Maar laat dit alles je niet van je scherm weghouden. Net als met ongewenste mail dien je enkel je ogen open te houden.

Salina Stubbe
Kim Dejaegher
Oktober 2004

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in Mirwar Contact, november 2003, het leerlingenblad van het Onze-Lieve-Vrouwecollege te Vilvoorde.

 
Attribution-NonCommercial 2.0 Belgium