ADA : Vrouwen en nieuwe technologieŽn - Vrouwen en IT - Vrouwen en ICT
:: home :: web site plan ::
en franÁais ::
 
   
U bent hier: Home Acties & instrumenten Andere acties Ada over de informatiemaatschappij Vrije software, softwarepatenten & ’copyleft’ cultuur

Verslag debat op Digitales@Netdays

Vrije Software versus eigendomssoftware in de overheidsdiensten

Vrije software, softwarepatenten en ’copyleft’ licenties zijn thema’s die een steeds centralere plaats innemen in de politieke besluitvorming van de ’informatiemaatschappij’. Ada draagt haar steentje bij en organiseerde een debat over het gebruik van Vrije Software in de overheidsdiensten.

Weinig vrouwen in de informatica betekent ook dat weinig vrouwen deelnemen aan de politieke besluitvorming rond de ICT-sector. Slechts een minderheid van vrouwen beschikt immers over de technische bagage om de problematiek rond softwarepatenten, peer-to-peer technologie of commerciŽle spionage van het surfgedrag fatsoenlijk te doorgronden. Ada wil hier iets aan veranderen en opent een reeks artikels die vrouwen - maar ook mannen - moeten inleiden in de nieuwe wereld van Vrije Software, ’intellectuele eigendom’ op computerprogramma’s, ’copyleft’, ’creative commons’ en internetcontrole.

In dit eerste artikel brengt Ada verslag uit van een debat over het gebruik van Vrije Software versus eigendomssoftware in overheidsdiensten. Het debat vond plaats in november vorig jaar en kaderde in de Digitales@netdays (1), georganiseerd door het Ada netwerk i.s.m. vzw Constant.

Vrije Software versus eigendomssoftware

Een programma is Vrije Software als de bouwstenen of broncode voor iedereen beschikbaar zijn (open source) en je de software vrij mag aanpassen, kopiŽren en verspreiden (2). Deze gebruiksvrijheid wordt door de auteur van het programma via zijn auteursrecht (copyright) vastgelegd in een gratis licentie.

De meest gekende licentie is GPL of General Public License (3) van de Free Software Foundation (FSF) (4). Deze licentie legt ook een teruggaveplicht (copyleft) vast: wie een programma wil verspreiden waarin een door GPL beschermde broncode wordt gebruikt of werd aangepast, moet ook het resulterende programma onder een GPL licentie vrijgeven, zodat de gevorderde code naar de Vrije Softwaregemeenschap kan worden ’teruggestort’.

De open broncode en de licentie voor vrij gebruik zijn de grootste verschillen met eigendomssoftware. Hier is de programmacode geheim en moet de gebruiker licentiekosten betalen. Dat Vrije Software in tegenstelling tot eigendomssoftware steeds gratis is, is een hardnekkig misverstand. Hoewel je zowat alle Vrije Software gratis van het internet kan plukken, is veel Vrije Software ook in de winkel te koop. Vrije Software is evenmin synoniem voor Freeware, want hoewel je deze software eveneens ’vrij’ mag verspreiden wordt de broncode niet vrijgegeven. De essentie van ’vrije’ software is dus niet ’gratis’, maar wel: vrije inzage, vrije aanpassing en vrije verspreiding. Richard Stallman, bezieler van de Free Software Foundation drukt het zo uit: "free zoals in free speech, niet zoals in free beer" (5).

Overheidsdiensten en Vrije Software

Is Vrije Software een uitweg uit een samenleving die steeds meer wordt bepaald door ICT, maar waarin de toegang tot ’gemeenschappelijke kennis’ al te veel wordt beperkt door eigendomssoftware? Wat is de rol van de overheid? Tijdens een debat op de Digitales@Netdays legden Constant vzw en Ada deze vragen voor aan een aantal specialisten uit de Vrije Softwaregemeenschap en de overheidsdiensten.

Anne KrŲther van Arafox (6), een organisatie die Vrije Softwareprojecten promoot, schetste een voorbeeld van samenwerking met de overheid. Sinds enkele jaren werkt Arafox in BelgiŽ samen met Lentic (Universiteit van Luik) (7), MeMo (8) en Esnet (9) rond het project ’Upcase’ (10), dat instaat voor de informatisering van organisaties in de sociale economie. ’Upcase’ opteerde voor het gebruik van Vrije Softwarepakketten en organiseert zelf de opleiding en de sensibilisering van de gebruikers.
KrŲther: "De aanpak werkt, want naarmate de gebruikers gaan inzien dat Vrije Software werkt, er geen vervaldatum opstaat en ze de programma’s naar eigen behoeften kunnen kneden, verliezen ze hun vooroordeel dat ’Vrije Software van mindere kwaliteit zou zijn’." Upcase wordt gefinancieerd door het Federaal Wetenschapsbeleid (11) die op geen enkele manier de keuze voor Vrije Software bekritiseerde.

Gevaar van ’gesloten broncodes’

David Glaude van de Association pour l’ťlectronique libre (AEL) (12), een organisatie die strijdt voor fundamentele vrijheden in cyberspace, wees op het gevaar van ’gesloten broncodes’ voor de transparantie van het overheidsbeleid en de democratie. Hij schetste het voorbeeld van de eigendomssoftware die werd aangewend voor het tellen en homologeren van de stemmen bij verkiezingen. De betrokken softwarebedrijven waren niet happig op het vrijgeven van de broncode, maar met het oog op transparantie en in het belang van de democratie, werden ze daar na de verkiezingen uiteindelijk wel toe verplicht. In het programma zaten bugs en in de broncode waren de commentaren van programmeurs weggeveegd. Glaude: "Niemand weet welke broncode er op het moment van het tellen juist gedraaid werd, zodat er geen goede burgercontrole op de juistheid van de stemuitslag bestaat".

Oliver Schneider, een expert verbonden aan het kabinet van de Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, wees op enkele positieve evoluties in de houding van de Belgische overheid t.o.v. Vrije Software. De overheid legt in een eerste stap normen op voor elektronische bestandsformaten (Open Standaarden) (13) die gebruikt worden voor de informatie-uitwisseling tussen de federale overheidsbesturen en hun klanten (burgers, ondernemingen en ambtenaren). Het verplicht gebruik van Vrije Software is een moeilijkere kwestie, maar voorlopig zijn ambtenaren wel verplicht het alternatief te onderzoeken. Schneider: "Verontrustend voor de informatisering van de staat is dat de leveranciers weinig talrijk zijn. Het probleem is niet Microsoft op zich, maar hun inbedding in een systeem dat verschillende projecten integreert. Bovendien geeft de overheid haar volledig fiat aan een groepje IT-consultants die zowel de analyses maken, de implementatie verzorgen, als de evaluatierapporten schrijven. Niet zelden gooien ze het daarbij onder elkaar op een akkoordje...".

Lize De Clercq
januari 2005

Noten & Links bij de tekst
(1) Digitales@Netdays
(2) De meest bekende Vrije Softwareprogramma’s zijn het besturingssysteem Linux, de ’browser’ Mozilla, de webapplicaties Apache, PHP en MySQL, en de bureautica toepassingen van OpenOffice
(3) GNU General Public License (GNU GPL)
(4) Free Software Foundation
(5) The Free Software Definition
(6) Arafox
(7) Lentic (Laboratoire d’études sur les nouvelles technologies, l’innovation et le changement)
(8) MeMo (Mens- en Milieuvriendelijk Ondernemen vzw)
(9) Esnet (Sociale en solidaire economie versus informatie- en communicatietechnologie)
(10) Upcase (Use platform of Collaborative Applications for the Social Economy)
(11) Federaal Wetenschapsbeleid
(12) Association Electronique Libre (AEL)
(13) Open standaarden zorgen ervoor dat bestanden of informatie aan beide zijden van de communicatie worden verstaan, zodat gebruikers niet meer worden verplicht om bij een bepaald bestandsformaat de bijhorende software te kopen als ze een document of bestand willen openen. Meer info op: OpenStandaarden.be en op MeMo

Lees meer over Vrije Software
Wat is Vrije Software? (GNU Project - Free Software Foundation)
De rol van Vrije Software in de Internet-maatschappij (Herman Bruyninckx - K.U.Leuven)
De democratisering van de ICT: Een onafhankelijke visie op Informatie- en Communicatie-Technologie
in het onderwijs
(Herman Bruyninckx - K.U.Leuven)
Vrije software is de toekomst: Pinguïns veroveren de K.U.Leuven (Veto)
Shop je PC een geweten! (MeMo)
Vrije Software en sociale economie (MeMo)
K.U.Leuven moet kiezen voor Vrije Software! (Prego)

^Paginatop^

 
Attribution-NonCommercial 2.0 Belgium