ADA : Vrouwen en nieuwe technologieŽn - Vrouwen en IT - Vrouwen en ICT
:: home :: web site plan ::
en franÁais ::
 
   
U bent hier: Home De genderkloof Op de werkvloer Zelfvertrouwen, eigenwaarde, deskundigheidsgevoel,… en IT

Zelfvertrouwen, eigenwaarde, deskundigheidsgevoel,… en IT

Een beeld van je eigen deskundigheid? Het begrip “eigen kunnen” verwijst naar het geloof dat iemand heeft in zijn/haar eigen capaciteiten om een bepaalde taak tot een goed einde te brengen (1). Een inschatting van je eigen kunnen verschilt per taak: het is mogelijk dat je gelooft dat je een bepaald muziekstuk op gitaar kan spelen, terwijl je er sterk aan twijfelt of je een softwareprogramma kan installeren op je computer. Het beeld dat iemand heeft van zijn of haar eigen deskundigheid is dus de mate waarin iemand gelooft in haar of zijn eigen capaciteiten, en dat kan nogal verschillen van de werkelijke prestaties: sommige mensen vinden van zichzelf dat ze slecht zijn in iets (gitaar spelen), terwijl ze er juist heel goed in zijn – of andersom.

Het vertrouwen in je eigen kunnen heeft belangrijke gevolgen voor het doorzettingsvermogen dat je aan de dag legt voor een bepaalde taak, voor je motivatie, voor de studiekeuze en voor je prestatie op zich. “In jezelf geloven” is dus behoorlijk belangrijk!

Men stelt vast dat meisjes op het gebied van wetenschap en technologie duidelijk minder vertrouwen hebben in hun deskundigheid dan jongens, en dat in tegenstelling tot hun soms betere schoolresultaten in die vakgebieden. Terwijl jongens zich vol overgave op wetenschappelijke opleidingen storten, denken meisjes dat ze weinig slaagkansen hebben in die richtingen en mijden ze ze liever.

Wat drijft en beÔnvloedt je geloof in eigen kunnen?

Volgens de theorie van Bandura (1977), hangt een geloof in eigen kunnen af van vier factoren†:

  • Eerst en vooral, het al dan niet bestaan van geslaagde pogingen in het verleden. Wanneer je een bepaalde taak gewoonlijk tot een goed einde brengt, dan geloof je ook dat je daar de volgende keer weer in zal slagen.
  • Een tweede factor is de “indirecte” ervaring: iemand heeft gelijkaardige personen dezelfde taak met succes zien volbrengen. Als je andere vrouwen ziet slagen in technische taken of opleidingen, zal je ook meer geloven in je eigen slaagkansen.
  • Verbale aanmoediging, complimenten en steun vormen een derde bron van geloof in je eigen capaciteiten.
  • Tenslotte is er nog de emotionele toestand waarin iemand zich bevindt bij het uitvoeren van deze of gene taak. Angst zal bijvoorbeeld een negatief effect hebben op je gevoel van competentie.

Een studie onder vrouwen die werkzaam zijn in de wetenschappelijke sector (Zeldin & Pajares, 2000) heeft aangetoond dat verbale aanmoedigingen van mensen die hen nauw aan het hart liggen (ouders, vrienden, leerkrachten) een grotere invloed hebben gehad dan schoolresultaten op zich, omdat men meisjes bijbrengt dat ze best luisteren naar het advies van anderen. Het is dus goed mogelijk dat steun van anderen voor vrouwen belangrijker is dan voor mannen.

Studies over de bronnen van een gevoel van competentie tonen ook aan dat vrouwen meer waarde hechten aan de goedkeuring van anderen dan aan hun eigen gevoelens. Vrouwen laten groeien in een functie en hen meer vertrouwen geven in hun eigen kunnen, gebeurt dus waarschijnlijk het best via complimenten en blijken van tevredenheid van collega’s of superieuren.

Hebben meisjes onvoldoende egenwaardegevoel?

Om je goed in je vel te voelen is het concept eigenwaarde misschien nog belangrijker dan overtuigd zijn van je eigen kunnen. Maar ook wat dit betreft zijn meisjes over het algemeen benadeeld, op verschillende vlakken, vooral door de socialisatie en het feit dat men een hoop onmogelijke uiterlijke normen oplegt aan meisjes.

Al vanaf de kindertijd worden meisjes beÔnvloed door het stereotype van het rustige, wijze kind. Leerkrachten die overdonderd worden door steeds wildere klassen hopen dat toch tenminste de meisjes zich kalm gedragen. Merkwaardig genoeg worden meisjes dus afgestraft wanneer ze te uitbundig zijn, terwijl het volledig normaal wordt geacht dat kleine jongens hun energie op een of andere manier afreageren – een verschil dat reeds aanwezig is vanaf de eerste schooljaren. Zelfs de kleding waarin men kinderen stopt, draagt bij tot deze ongelijkheid: terwijl het onhandig is om in bomen te klimmen met een jurkje aan, lijkt een broek er wel speciaal voor gemaakt. Bijgevolg zijn het vooral de jongens die zich ontwikkelen tot ondernemingsgezinde durvers, terwijl meisjes zelfzekerheid inboeten uit angst voor een standje bij de minste misstap.

Op die manier is, net zoals hun geloof in eigen kunnen, bij veel meisjes het gevoel van eigenwaarde gebaseerd op de mening van anderen. Terwijl jongens een eigen mening over zichzelf hebben en zich weinig aantrekken van kritiek, hebben meisjes constant nood aan bevestiging. Aangezien niet iedereen altijd even positief kan zijn, is het gevoel van eigenwaarde van meisjes fragieler en minder stabiel. Een slecht examen, een vervelende opmerking en het zelfvertrouwen van een meisje kan volledig onderuitgehaald worden, terwijl een jongen zich zelfzeker blijft voelen ondanks eventuele mislukkingen.

Wie ‘weinig eigenwaarde’ zegt, zegt ook ‘weinig ambitie’. CarriŤres die traditioneel als ‘mannelijk’ bestempeld worden, en dan in het bijzonder de informatica, worden vaker gezien als veeleisend en moeilijk omdat ze ook prestigieuzer zijn. Ook dit kan een reden zijn waarom vrouwen zich minder makkelijk toeleggen op informatica.

Bescheiden zijn... als je jezelf moet kunnen verkopen

We hebben reeds aangehaald dat jongens en meisjes nog vaak (onbewust) genderstereotype rollenpatronen aangeleerd krijgen. Zulke stereotypen zijn prescriptief: ze worden verwacht van personen van dit of dat geslacht. Men wil dat alle jongens sterke durvers zijn en dat alle meisjes verfijnde zachte dametjes worden. Die gender-gedefinieerde verwachtingen worden geprojecteerd op kinderen en door hen overgenomen: ze worden beloond voor gedrag dat men van hen verwacht, gedrag dat niet gepast is, wordt bestraft. Eťn van de stereotypes op het gebied van gedrag is dat een meisje bescheiden moet zijn en het is net deze bescheidenheid die jonge meisjes nu zuur opbreekt: een deel van het gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde is te wijten aan het feit dat meisjes hun bekwaamheden en mogelijkheden minder willen en durven tonen.

Iemand die advies geeft inzake beroepsoriŽntatie moet dan ook extra voorzichtig zijn bij meisjes en een onderscheid kunnen maken tussen de reŽle capaciteiten en talenten van een meisje en hoe ze zich voordoet om goed over te komen. Jongens zullen makkelijker te koop lopen met hun bekwaamheden doordat ze meer zelfvertrouwen hebben en assertiviteit een onderdeel vormt van de verwachtingen die men heeft van jongens.

Verschillende studies hebben deze theorieŽn rond bescheidenheid aan de praktijk getoetst door aan jongens en meisjes te vragen hun eigen prestaties te evalueren, zowel in groep als anoniem. Terwijl jongens de neiging hadden om telkens dezelfde mening te verkondigen, waren de meisjes veel bescheidener wanneer ze dachten dat anderen op de hoogte waren van hun resultaten.

Een andere studie benadrukt dat vrouwen geloven dat onbescheiden gedrag schadelijk is voor henzelf (men zal hen minder gaan appreciŽren) maar ook voor anderen (die zullen zich slecht voelen) (Daubman, 1997).

In het kader van salarisonderhandelingen tenslotte, toont Wade (2001) aan dat vrouwen uitstekend de kwaliteiten van een ander kunnen verdedigen en beargumenteren, maar niet die van zichzelf. Opnieuw wordt het beeld van de vrouw met de vinger gewezen: assertieve vrouwen komen slecht over bij mannen. Een vrouw moet in haar professionele leven dus kunnen goochelen met twee verschillende gedragscodes: bewijzen dat ze bekwaam is en bewijzen dat ze sociaal, sympathiek en bescheiden is. Dit probleem stelt zich absoluut niet voor mannen.

Deze neiging om zichzelf niet op de voorgrond te schuiven - om op die manier je ‘vrouwelijkheid’ te bewaren - speelt vrouwen parten bij sollicitatiegesprekken en salarisonderhandelingen. Dit is vooral het geval in de informatica-sector, waar lonen vaak individueel bedongen worden, waar je je moet weten te verkopen en waar het niet altijd even vanzelfsprekend is om geŽvalueerd te worden op een objectieve manier.

Deze twee aspecten - geloven in jezelf en jezelf goed kunnen aanprijzen - zijn in verschillende mate aanwezig bij vrouwen. Maar de ongelijkheid in salaris die men vaststelt in hogere kringen hangt ongetwijfeld nauw samen met de manier waarop je jezelf aanprijst, aangezien een vrouw met een topfunctie zonder twijfel relatief sterk in haar eigen capaciteiten gelooft.

Gevolgen voor de informatica

Deze elementen hebben ongetwijfeld een grote weerslag op de carriŤre van vrouwen binnen de informatica-sector:

  • Het is een wetenschappelijke sector, een richting waarvoor veel vrouwen zichzelf volgens hun geloof in eigen kunnen, minder geschikt achten
  • De vaardigheden die je aan de dag moet leggen in de informatica zijn moeilijk te definiŽren en constant in verandering, objectieve evaluaties door anderen en door henzelf zijn dus moeilijk.
  • Werkgevers bepalen een loon vaak op individuele basis: je sterke punten kunnen benadrukken en op een ‘onbescheiden’ manier over je kwaliteiten kunnen vertellen zijn dus belangrijke pluspunten. Sterker nog, de mensen die de sollicitatiegesprekken voeren zijn niet altijd de best gekwalificeerde personen om informatica-vaardigheden te evalueren, vooral niet in bedrijven die niet gespecialiseerd zijn in informatica(2)
  • Kennis van de informatica is praktisch oneindig en voortdurend in beweging: je kan nooit alles over iets weten, en dat geeft vooral bij vrouwen reden tot (ongepaste) bescheidenheid.

Hoe dan ook, denk nu niet dat de beschreven patronen onvermijdelijk zijn, want het belang van de mensen die vrouwen steunen en hen het gewenste duwtje in de rug geven, mag niet onderschat worden.

(1)Bandura, A. (1997). Self-Efficacy : the exercise of control. New York : WH Freeman.
(2)Een enquÍte onder oud-stagiaires van Interface3 toonde aan dat de persoon die sollicitatiegesprekken afnam in de helft van de gevallen een afgevaardigde was van HR (Human Resources) en geen uitputtende kennis had van informatica. In zulke gevallen is het van groot belang dat je als sollicitant je gesprekspartner echt kan overtuigen van de kennis die je bezit, aangezien de persoon in kwestie over te weinig informaticakennis beschikt om je op een objectieve manier te evalueren.

Bronnen
* Bandura, A. (1997). Self-Efficacy : the exercise of control. New York : WH Freeman.
* Daubman, K. A. & Sigall, H. (1997). Gender differences in perceptions of how others are affected by self-disclosre of achievement. Sex Roles, 37, 73-89.
* Giacalone, R. A., & Riordan, C. A. (198 ?). Effect of self-presentation on perceptions and recognition in an organization. Journal of Psychology, 124, 25-38.
* Heatherington, L. (1993). Two investigations of "female modesty" in achievement situations. Sex Roles.
* Phillips, S. D., & Imhoff, A. R. (1997). Women and career development : A decade of research. Annual Review of Psychology, 48, 31-59.
* Wade, M. E. (2001). Women and salary negotiation : The costs of self-advocacy. Psychology of Women Quarterly, 25, 65-76.
*Wozinska, W., Dabul, A. J., Whetstone-Dion, R., & Cialdini, R. B. (1996). Self-Presentational responses to success in the organization : The costs and benefits of modesty. Basic and Applied Social Psychology, 18, 229-242. *Zeldin, A. L., & Pajares, F. (2000). Against the odds : Self-efficacy beliefs of women in mathematical, scientific, and technological careers. American Educational Research Journal, 37, 215-246.

 
Attribution-NonCommercial 2.0 Belgium